Titel VI : Begroting en rekeningen (art. 238 tot 263)

I - Gemeenschappelijke bepalingen
II - Begrotingsevenwicht
III - Lasten en uitgaven van de gemeente
IV - Ontvangsten van de gemeente
V - De gemeentebedrijven [en de autonome gemeentebedrijven



Hoofdstuk I Gemeenschappelijke bepalingen 

 

art. 238

[Het financiële dienstjaar van de gemeente komt overeen met het burgerlijk jaar. 

Behoren tot een dienstjaar alleen de rechten verkregen door de gemeente en de verplichtingen aangegaan ten opzichte van de schuldeisers tijdens dit dienstjaar, ongeacht het dienstjaar waarin zij worden vereffend. (W.27.5.1989, B.S. 30.5.1989)] 

art. 239

[De [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)] [Regering (Ord. 27.2.2014), B.S. 2.4.2014)]] bepaalt de begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige voorschriften van de gemeenten, evenals deze betreffende de nadere regels voor de uitoefening van de taken van hun rekenplichtige (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)].

art. 240

[§ 1 Elk jaar keurt de gemeenteraad de jaarrekeningen van het vorige dienstjaar goed en bezorgt ze uiterlijk op 30 juni aan de toezichthoudende overheid. 

Geen enkele begrotingswijziging kan na 1 juni worden aangenomen door de gemeenteraad indien de rekeningen van het vorige dienstjaar nog niet door de gemeenteraad zijn goedgekeurd. 

[De jaarrekeningen bestaan uit de begrotingsrekening, de resultatenrekening, de balans en de bijlagen die door de Regering worden bepaald (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]. Het in artikel 96 bedoelde rapport wordt bij de rekeningen gevoegd  (Ord. 27.2.2014, B.S. 2.4.2014)].

[§ 2 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, worden de rekeningen binnen de maand nadat zij door de gemeenteraad werden aangenomen [aan de in art. 244, par. 1 (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)], vermelde toezichthoudende overheid voorgelegd (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)]. 

art. 241

[§ 1 Elk jaar, vóór 31 december, keurt de gemeenteraad de begroting van de uitgaven en inkomsten van de gemeente voor het volgende dienstjaar goed. [De begroting bevat op straffe van nietigheid bijlagen die door de [Regering worden bepaald (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]. 

Er kan geen enkele begroting worden goedgekeurd door de gemeenteraad indien de rekeningen van het voorlaatste dienstjaar niet definitief door de toezichthoudende overheid zijn vastgesteld (Ord. 27.2.2014, B.S. 2.4.2014)]. 

§ 2 [Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken gecoördineerd op 18.07.1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, wordt de begroting binnen de maand nadat zij door de gemeenteraad werd aangenomen [aan de in artikel 244, par. 1 (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)], vermelde toezichthoudende overheid voorgelegd (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)]. 

art. 242

[De begrotingen en rekeningen worden neergelegd op het gemeentehuis, waar eenieder er altijd ter plaatse kennis van kan nemen. 

Op die mogelijkheid van inzage wordt gewezen door middel van aanplakbiljetten die door de zorg van het college van burgemeester en schepenen worden aangebracht binnen een maand nadat de begrotingen en rekeningen door de gemeenteraad zijn aangenomen. Dat bericht blijft ten minste tien dagen aangeplakt (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)]. 

art. 242bis

[Tweemaal per zittingsperiode, bij de neerlegging van de eerste en de vierde begroting, legt het college de gemeenteraad een driejaarlijks plan voor. 

Dit driejaarlijkse plan vormt een aanvulling op de jaarlijkse begroting als bedoeld in artikel 241 en bestaat uit:

  1. prognoses voor elke belangrijke uitgaven- en ontvangstenpost voor de twee dienstjaren volgend op het jaar van de ingediende begroting. Deze prognoses dienen gebaseerd te zijn op realistische macro-economische en budgettaire ramingen;
  2. een verklarende nota die de hoofdbeleidskeuzen beschrijft voor de drie eerstvolgende jaren, en hun impact op de evolutie van de ontvangsten- en uitgavenposten over deze drie jaren.


Dit plan dient, voor elk van de drie jaren, de begrotingsevenwichtsregels na te leven zoals bepaald in artikel 252. 

Na goedkeuring door de gemeenteraad wordt dit driejaarlijks plan bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 112 en op de door de gemeenteraad voorgeschreven wijze (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]. 

art. 243 [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)].

art. 244

[§ 1 Door de zorg van het college van burgemeester en schepenen worden aan de goedkeuring van de bestendige deputatie van de provincieraad, voor de gemeenten van het Duitse taalgebied en de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en aan de goedkeuring van de provinciegouverneur voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren onderworpen de besluiten van de gemeenteraad over de volgende zaken:

  1. de begrotingen van de uitgaven der gemeente en van de middelen om die te bestrijden;
  2. de jaarlijkse rekening van ontvangsten en uitgaven der gemeente.


Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren oefent de provinciegouverneur de in het eerste lid genoemde bevoegdheden uit overeenkomstig de art. 267 tot 269. 

Het gemeentebestuur is ertoe verplicht, bij het voorleggen van de begrotingen en de rekeningen aan de goedkeuring, te bevestigen dat de bepalingen van art. 242 werden nageleefd. 

Het in art. 96 bedoelde verslag wordt bij de begrotingen en de rekeningen gevoegd. 

De vaststelling van de begrotingen en de rekeningen door de bestendige deputatie of de gouverneur, naargelang van het geval, is definitief, behalve bij beroep krachtens par. 2. 

§ 2 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied kan de gouverneur en, bij weigering van goedkeuring de gemeente, bij de Koning in beroep gaan tegen de beslissingen van de bestendige deputatie. 

Voor de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, kan de gouverneur en, bij weigering van goedkeuring de gemeente, bij de Gewestexecutieve in beroep gaan tegen de beslissingen van de bestendige deputatie. 

Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren kan de gemeente bij de Gewestexecutieve in beroep gaan tegen de beslissing tot weigering van goedkeuring door de gouverneur. 

§ 3 Het in par. 2 bedoelde beroep wordt binnen tien dagen ingesteld; deze termijn vangt aan voor de gouverneur de dag waarop de beslissing valt die het voorwerp is van het beroep en voor de gemeente de dag waarop zij haar ter kennis wordt gebracht. 

Het beroep wordt aan de bestendige deputatie of aan de gouverneur, naargelang van het geval, betekend uiterlijk de dag nadat het is ingesteld. 

De hogere overheid kan, zowel ter plaatse als per brief, alle inlichtingen en gegevens doen inwinnen die dienstig zijn voor het onderzoek van het beroep. 

Het beroep schorst de tenuitvoerlegging gedurende dertig dagen te rekenen van de in het tweede lid bedoelde betekening; evenwel kan deze termijn zo nodig met dertig dagen worden verlengd bij een met redenen omkleed besluit. De definitieve vastlegging van de begrotingen en de rekeningen, voor deze termijn verstreken is, behoort aan de Koning of de Gewestexecutieve, naargelang van het geval. 

Indien binnen deze termijn geen uitspraak is gedaan, is de beslissing van de bestendige deputatie of van de gouverneur, naargelang van het geval, uitvoerbaar ( K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)]. 

art. 245 [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)].

art. 246

[Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, evenals voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, wanneer het gemeentebestuur ten gevolge van onvoorziene omstandigheden een uitgave noodzakelijk acht, waarvoor geen krediet op de begroting voorkomt, richt het te dien einde een bijzondere aanvraag aan de bestendige deputatie van de provincieraad (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)]. 

art. 247

[Geen betaling uit de gemeentekas mag geschieden dan op grond van een op de begroting voorkomende post of op grond van een bijzonder krediet of op grond van een voorlopig krediet toegestaan onder de voorwaarden en binnen de grenzen die de Regering bepaalt (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]. 

De leden van het college van burgemeester en schepenen zijn persoonlijk aansprakelijk voor de uitgaven die zij in strijd met het eerste lid hebben gedaan of bevolen. (W.. 17.10.1990, B.S. 14.12.1990)] 

art. 248

[§ 1 Geen artikel van de uitgaven der begroting mag worden overschreden en geen overschrijving mag geschieden. 

§ 2 Wanneer echter bij het afsluiten van een dienstjaar sommige posten bezwaard zijn met regelmatig en werkelijk aangegane verbintenissen tegenover schuldeisers van de gemeente, wordt het kredietgedeelte dat nodig is om de uitgave te vereffenen naar het volgende dienstjaar overgeschreven door middel van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen; deze laatste moet bij de rekening over het afgesloten dienstjaar worden gevoegd. 

Over de aldus overgeschreven kredieten mag beschikt worden zonder een nieuwe beslissing van de gemeenteraad. 

§ 3 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten bedoeld in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, evenals voor de gemeenten Komen- Waasten en Voeren kan de bestendige deputatie van de provincieraad daarenboven het overschrijden van artikelen van de uitgave der begroting en andere overschrijvingen dan die bedoeld in par. 2, toelaten. 

Over de krachtens par. 2 overgeschreven kredieten mag worden beschikt zonder de toelating van de bestendige deputatie  (W. 27.5.1989, B.S. 30.5.1989)]. 

art. 249

[§ 1 De gemeenteraad kan echter voorzien in uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist, mits hij daartoe een met redenen omkleed besluit neemt. 

Wanneer het geringste uitstel onbetwistbaar schade zou veroorzaken, kan het college van burgemeester en schepenen onder eigen verantwoordelijkheid in de uitgave voorzien, onder verplichting om zonder verwijl daarvan kennis te geven aan de gemeenteraad, die besluit of hij met die uitgave al dan niet instemt. 

[De leden van het college van burgemeester en schepenen die uitgaven bevolen hebben in de gevallen bedoeld in het eerste en het tweede lid, die echter afgewezen zijn op de definitief afgesloten rekeningen, zijn er persoonlijk toe gehouden het overeenkomstige bedrag in de gemeentekas te storten (W. 17.10.1990, B.S. 14.12.1990)]. 

§ 2 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren worden het in par. 1, eerste lid, bedoelde besluit van de gemeenteraad en de in par. 1, tweede lid, bedoelde beslissing van het college van burgemeester en schepenen zonder verwijl voor goedkeuring meegedeeld aan de bestendige deputatie van de provincieraad, als het gaat om één van de gemeenten van het Duitse taalgebied, of om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en aan de provinciegouverneur, als het gaat om de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren. 

§ 3 Voor de gemeenten Komen-Waasten en Voeren oefent de provinciegouverneur de in par. 2 bedoelde bevoegdheden uit overeenkomstig de art. 267 tot en met 269 (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)]. 

art. 250

De bevelschriften tot betaling uit de gemeentekas, afgegeven door het college van burgemeester en schepenen, moeten ondertekend worden door de burgemeester of door degene die hem vervangt, en door een schepen; zij worden medeondertekend door de secretaris. 

art. 251

[§ 1 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, beraadslaagt de bestendige deputatie van de provincieraad, bij weigering van of vertraging in het betaalbaar stellen van het bedrag der uitgaven die de wet aan de gemeenten oplegt, daarover, de gemeenteraad gehoord, en beveelt zonodig onmiddellijk betaling. 

§ 2 Die beslissing geldt als bevelschrift tot betaling; de gemeenteontvanger is verplicht, onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid, het bedrag te betalen. Indien hij weigert, kan tegen hem opgetreden worden door middel van een dwangbevel [overeenkomstig art. 136, tweede lid (W. 17.10.1990, B.S. 14.12.1990)] (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)].

Hoofdstuk II Begrotingsevenwicht 

 

art. 252

De begroting van de uitgaven en de ontvangsten van de gemeenten mag, [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)] in geen enkel geval, een deficitair saldo op de gewone of de buitengewone dienst, noch een fictief evenwicht of een fictief batig saldo, vertonen. 

art. 253

De gemeenten die in gebreke blijven om een sluitende begroting in de zin van art. 252 in te dienen:

  1. [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)];
  2. mogen aan de leden van hun onderwijzend personeel slechts de wedde toekennen waarop de betrokkenen rekening houdend met hun bekwaamheidsgetuigschriften, recht zouden hebben indien zij lid waren van het personeel van het [gemeenschapsonderwijs (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)], alleen vermeerderd met de vergoedingen en toelagen die in het gemeenschapsonderwijs worden toegekend;
  3. mogen de aan de hoedanigheid van lid van het onderwijzend personeel verbonden bezoldiging niet toekennen aan een personeelslid in overtal ten opzichte van de [gemeenschapsreglementering (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)] inzake schoolbevolkingsnormen, evenmin als aan een personeelslid dat niet in het bezit is van de vereiste of van de als voldoende geachte getuigschriften.

art. 254

[Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, kan de overheid belast met het administratieve toezicht inzake begroting, indien de gemeente geen sluitende begroting zoals bedoeld in art. 252 voorlegt, elke noodzakelijke maatregel nemen om de uitgaven te verminderen en de ontvangsten te verhogen. (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)]

Hoofdstuk III Lasten en uitgaven van de gemeente 

art. 255

De gemeenteraad is verplicht elk jaar op de begroting van uitgaven te brengen alle uitgaven die door de wetten aan de gemeente zijn opgelegd, en inzonderheid de volgende: 

  • 1° het aankopen en onderhouden van de registers van de burgerlijke stand;
  • 2° [(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]
  • 3° de belastingen op de goederen van de gemeente;
  • 4° de vaststaande en opeisbare schulden van de gemeente, alsmede de schulden die zij moet voldoen ten gevolge van tegen haar uitgesproken rechterlijke veroordelingen;
  • 5° de wedden van de burgemeester, de schepenen, de secretaris, de ontvanger, de bedienden van de gemeente, [(opgeheven) (W. 7.12.1998, B.S. 5.1.1999)] en de boswachters van de gemeente;
  • 6° de kantoorkosten van het gemeentebestuur;
  • 7° het onderhoud van de gemeentegebouwen of de huur van de huizen die tot gemeentegebouw dienen;
  • 8° (opgeheven) (W 25.4.2014, B.S. 14.5.2014)];
  • 9° de hulpgelden aan de kerkfabrieken en consistories, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen te verlenen wanneer de middelen van die instellingen ontoereikend blijken;
  • 10° de kosten die door de wetten op het onderwijs ten laste worden gebracht van de gemeente;
  • 11° de uitgaven betreffende de plaatselijke veiligheids- en gezondheidspolitie;
  • 12° de vergoeding voor huisvesting van de bedienaren van de erediensten, overeenkomstig de geldende bepalingen, wanneer geen woning wordt verschaft;
  • 13° de uitgaven bepaald in art. 130 van het Kieswetboek en de uitgaven vereist voor de verkiezingen van de gemeenteraad;
  • 14° de kosten van het drukwerk benodigd voor de boekhouding van de gemeente;
  • 15° de pensioenen ten laste van de gemeente;
  • 16° de dotaties bepaald in art. 106 van de organieke wet van 08.07.1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  • 17° de uitgaven voor de gemeentewegen en de buurtwegen, de sloten, de waterleidingen en de bruggen, die krachtens de wet ten laste van de gemeente zijn;
  • [18° de kosten die ten laste worden gelegd van de gemeente door of krachtens de wet 07.12.1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, met inbegrip van, in de meergemeentezones, de dotatie van de gemeente aan de politiezone (W. 7.12.1998, B.S. 5.1.1999)].
  • [19° de uitgaven die door of krachtens de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid ten laste van de gemeenten worden gelegd. (W 15.5.2007, B.S. 31.7.2007)]

art. 256

§ 1 Wanneer verscheidene gemeenten bij een verplichte uitgave betrokken zijn, dragen zij alle daarin bij naar evenredigheid van het belang dat zij erbij kunnen hebben; in geval van weigering of van onenigheid over de verhouding van dit belang en van de te dragen lasten, beslist de (opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)] [Regering (Ord. 17.7.2003, B.S. 7.10.2003)]. 
(opgeheven) (Ord. 17.07.2020, B.S. 30.07.2020)]. 

§ 2  Beroep staat open tegen de beslissing van de bestendige deputatie, bedoeld in par. 1, eerste lid,

  1. voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, bij de Koning;
  2. voor de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, evenals de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, bij de Gewestexecutieve.

art. 257

[Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, trekt de bestendige deputatie van de provincieraad, wanneer de gemeenteraad verplichte uitgaven die krachtens de wet ten laste van de gemeente komen, geheel of gedeeltelijk weigert op de begroting te brengen, het vereiste bedrag ambtshalve daarop uit, de gemeenteraad gehoord. 

Indien hij zich benadeeld acht, kan de gemeenteraad beroep instellen bij de Koning, als het gaat om één van de gemeenten van het Duitse taalgebied en bij de Gewestexecutieve, als het gaat om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren (K.B. 30.5.1989, B.S.31.5.1989)]. 

art. 258

[§ 1 Indien de op de begroting gebrachte ontvangsten niet toereikend zijn tot betaling van een gemeenteschuld die erkend en opeisbaar is of die voortvloeit uit een beslissing in laatste aanleg gewezen door het gewone of het administratieve gerecht, stelt de gemeenteraad middelen voor om daarin te voorzien. 

§ 2 Voor de gemeenten van het Duitse taalgebied, de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, en de gemeenten Komen-Waasten en Voeren, voorziet de bestendige deputatie van de provincieraad erin als de gemeenteraad in gebreke blijft, en zulks na twee opeenvolgende uit de briefwisseling blijkende waarschuwingen. 

Daartoe gelast ze een bepaald aantal opcentiemen te heffen op de in de gemeente betaalde directe belastingen, onder goedkeuring van de Koning, als het gaat om één van de gemeenten van het Duits taalgebied en van de Gewestexecutieve, als het gaat om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren.

§ 3 Voor de in par. 2. bedoelde gemeenten beslist de Koning, als het gaat om één van de gemeenten van het Duits taalgebied, en de Gewestexecutieve, als het gaat om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren, wanneer:

  1. de gemeenteraad de uitgaven op de begroting gebracht heeft en de bestendige deputatie, als het gaat om één van de gemeenten van het Duitse taalgebied of om één van de gemeenten genoemd in art. 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18.07.1966, of de provinciegouverneur die zijn bevoegdheden uitoefent overeenkomstig de art. 267 tot en met 269, als het gaat om de gemeente Komen-Waasten of de gemeente Voeren, ze verworpen of verminderd heeft;
  2. wanneer de bestendige deputatie, in overeenstemming met de gemeenteraad, geen of slechts een ontoereikend krediet uittrekt.


De Koning of de Gewestexecutieve, naargelang van het geval, bepaalt desgevallend het aantal te heffen opcentiemen (K.B. 30.5.1989, B.S. 31.5.1989)]. 

art. 258bis

[De gemeenteraad kan een deel van de begroting, de zogenaamde participatieve begroting, besteden aan projecten afkomstig van buurtcomités of burgerinitiatieven, op voorstel van een jury die in meerderheid bestaat uit burgers die hun verblijfplaats hebben in de gemeente en geen zitting in de gemeenteraad hebben (Ord. 5.3.2009, B.S. 13.3.2009)].

Hoofdstuk IV Ontvangsten van de gemeente 

art. 259

De gemeenteraad is verplicht jaarlijks alle ontvangsten van de gemeente, onder nadere omschrijving, op de begroting te brengen, evenals die welke de wet haar toekent, alsmede de overschotten van de vorige dienstjaren. 

art. 260

De gemeentelijke opcentiemen op de rijksbelastingen worden ingevorderd overeenkomstig de regels bepaald voor de heffing van de belasting waar zij bijkomen. 

Hoofdstuk V De Gemeentebedrijven [en de autonome gemeentebedrijven (W. 28.03.1995, B.S. 08.04.1995)] 

art. 261 [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 262 [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263 [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263bis [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263ter [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263quater [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263quinquies [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263sexies [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263septies [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263octies [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

art. 263novies [(opgeheven) (Ord. 5.7.2018, B.S. 12.7.2018)]. 

[art. 263decies

De bepalingen van Hoofdstuk VI van Titel III van de wet zijn van toepassing op de autonome gemeentebedrijven (W. 22.2.1998, B.S. 3.3.1998)]. 


Laatste bijwerking

16.10.2020
Verwante documenten
Algemene voorwaarden | RSS | Nuttige links